In ons leven zullen wij ons constant moeten
weren. regelmatig gaan wij op de proef gesteld worden.
Tevens gaan wij ons steeds moeten afzetten voor
de gebreken die wij hebben.
“Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons
lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden.
Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil, opdat ook het
leven van Jezus zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan.” (2Co 4:10-11
WV78)
“Vrees niet het lijden dat u wacht. De
Duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen om u te beproeven, en gij zult
hevig lijden, tien dagen lang. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u de kroon des
levens geven.” (Opb 2:10 WV78)
In ons leven kunnen wij op een punt komen dat wij
Jezus als de Messias erkennen en willen volgen. Bij die keuze eindigt onze
verantwoordelijkheid niet. Aan beproevingen zal er op dat moment ook nog geen
einde komen. Eeuwig leven kunnen wij dan verwachten, maar wij zullen het ook nog
moeten waar maken.
“Maar thans heeft God u met zich verzoend
in Christus’ sterfelijk lichaam, door zijn dood, want Hij wil dat gij als
heilige mensen voor Hem zult verschijnen, zonder smet of blaam. Maar dan moet
gij ook vast en onwrikbaar blijven in het geloof en u niet laten afbrengen van
de hoop die u in het evangelie is aangezegd. Dit is de boodschap die aan alle
schepselen onder de hemel verkondigd is en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben
geworden.” (Col 1:22-23 WV78)
Onze keuze voor God moet ook vast blijven, want
indien wij God verlaten, zal Hij ons ook verlaten. In het verleden heeft Hij dit
al gedaan en zal er niet voor terug schrikken om het oordeel van Zijn Zoon over
ons te aanvaarden. wij zullen moeten kunnen bewijzen waardig te zijn om door de
nauwe poort heen te gaan. Onze handelswijze tegenover anderen gaat veel bepalen,
alsook hoe wij gaan omgaan met onze fouten. God heeft oog voor onze zwakheden,
en dat is onze troost, want anders zouden wij nooit een kans
krijgen.
“En jij, mijn zoon Salomo, erken de God van
je vader en dien Hem met een onverdeeld hart en met vreugde. Want Jahwe
doorgrondt alle harten en doorziet ieders gezindheid. Als je Hem zoekt, dan
staat Hij voor je, maar als je Hem verlaat, dan verwerpt Hij je voor eeuwig.”
(1Kr 28:9 WV78)
“Daarom, broeders, doet uw best om steeds
meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als ge zo handelt, zult
ge nooit ten val komen,” (2Pe 1:10 WV78)
“Gij zijt het zout der aarde. Maar als het
zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer
voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.” (Mt 5:13
WV78)
“Ik beuk mijn lichaam en houd het in
bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, zelf te worden verworpen.”
(1Co 9:27 WV78) Merk hier hoe zelfs een apostel bang is om verworpen te kunnen
worden. Ook hij bleef er aan werken om geheiligd te worden en niet misleid te
worden.
“Daarom moeten wij des te meer aandacht
schenken aan wat ons verkondigd is, om niet uit de koers te raken.” (Heb 2:1
WV78)
“toen zij de Heer en Heiland Jezus Christus
leerden kennen, hebben zij zich afgewend van de schanddaden der wereld; maar als
zij zich nu opnieuw daardoor laten verstrikken en overmeesteren, is hun laatste
toestand erger dan de eerste. Het was beter voor hen geweest de weg der
gerechtigheid nooit te hebben gekend dan na hem gekend te hebben de rug toe te
keren aan het heilige, overgeleverde gebod. In hen is het spreekwoord
bewaarheid: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen
zeug naar de modderpoel.’” (2Pe 2:20-22 WV78)


