Overwegingen
Welke
kruispunten in ons leven willen wij oversteken en welke gaan een doorslag
geven?
De
mens gaat er prat op zijn denken te kunnen ordenen. Wij kunnen op een
gedachte komen en hierover reflecteren. Nadenken, gedachten herbergen en
vervolgens die gedachten bij elkaar houden en er zich over bezinnen, zich
beraden en zijn hersenen gebruiken om deze gedachten te verzamelen maar ook in
de geest af te zonderen om ze kritisch te kunnen overlopen en er zich over te
beraden. Steeds moeten wij de dingen die voor ons liggen bekijken en overwegen
wat wij er mee doen. Wij moeten in onze eigen boezem gaan en bij ons eigen na
gaan wat wij met die gedachten willen aanvangen. Wij moeten in gedachten durven
verzinken en ons in anderen durven verplaatsen om er over na te denken, te
overpeinzen, te reflecteren en te mijmeren.
Hierbij
moeten wij er voor gaan zorgen niet te gaan revelen maar ook niet het hoofd te
gaan breken of zich stomp te gaan denken. Regelmatig moeten wij ons verstand op
iets spitsen om het jong en actief te houden. Zo lang wij leven horen wij
verder te studeren en over allerlei zaken te dokteren. Bij het overdenken of bij
de gedachten over iets te laten gaan moeten wij soms wikken en wegen en ons
verrijken door te percipiëren, het geleerde te laten bezinken, er over te
mediteren en te considereren.
In
deze hoofding of deelonderwerp trachten wij teksten aan te bieden welke er ons
toe kunnen aanzetten dieper over iets na te denken. Wij willen gedachten laten
boven komen, voor de geest roepen om er even bij stil te staan om ze ter
beschouwing te brengen.
doorheen
het leven worden wij regelmatig geplaatst voor het feit zaken ernstig te
overwegen en bepaalde gevolggevende beslissingen te nemen waarbij wij goed onze
gevoelens onder controle houden. (Een vriendschap, huwelijk, kledingstijl,
gezondheidsbehandeling, woonst, aanschaf overwegen) Steeds zullen wij moeten
nagaan in welke mate onze houding ten
aanzien van acties (aankopen, drinken, tv kijken) beïnvloed is door huidige
tendensen of tradities en in hoe verre wij daar in willen mee gaan.
Als
Christenen moeten wij goed onze gedachten ordenen en overwegen welke
verantwoordelijkheden wij opnemen en welke gedachten wij willen aanhangen en
laten inwerken op ons. Regelmatig zullen wij ons moeten bevragen en moeten
nagaan welke beslissingen wij willen gaan nemen om in verenigbaarheid te
blijven met onze keuze om God te willen volgen.
De verstandigste en zekerste
handelwijze is, van het leven te genieten terwijl je binnen de begrenzingen van
Gods morele wetten en overeenkomstig zijn wil goeddoet (Prediker 9:11) [1]. Dit houdt in dat je uit de bijbel leert wat Gods
wil is, je leven aan hem opdraagt en een gedoopte christen wordt. (Mattheüs
28:19, 20) [2]. Betreft onze levenshouding en te volgen weg
zullen wij ons niet alleen moeten voelen. Ook uitverkoren mensen moesten
regelmatig hun gedachten goed onderzoeken en vele zaken in overweging nemen.
Hoewel de Bijbelschrijvers
„door heilige geest werden meegevoerd”, was er toch zorgvuldig overwegen van
hun zijde vereist. Salomo bijvoorbeeld „dacht diep na en stelde een grondig
onderzoek in, om veel spreuken welgeordend samen te stellen. [Hij] zocht de
verrukkelijke woorden te vinden en het schrijven van juiste woorden van
waarheid.” (Prediker 12:9, 10) [3]. Wij als Christenen zullen onze gedachten niet
enkel goed moeten kunnen verwoorden, wij zullen er ons steeds van moeten
vergewissen dat zij in overeenstemming blijven met Gods gedachten en Wil. Onze
uitingen van ons gedachtengoed gaat namelijk steeds een beeld scheppen naar de
toehoorder. Het zal steeds nuttig zijn alles nog eens nauwkeurig na te gaan en
er op toe te zien dat alles wat wij denken en zeggen volledig overeenstemt met
wat ons is geleerd.
Sommige Bijbelschrijvers
moesten heel wat onderzoek doen om hun materiaal te documenteren. Lukas
bijvoorbeeld schreef over zijn evangelieverslag: ’Ik ben alle dingen van meet
af nauwkeurig nagegaan om ze in logische volgorde te schrijven.’ Natuurlijk
heeft Gods geest de inspanningen van Lukas gezegend en hem ongetwijfeld geleid
bij het opsporen van betrouwbare historische documenten en het ondervragen van
betrouwbare ooggetuigen, zoals de nog levende discipelen en misschien Maria, de
moeder van Jezus. Gods geest zal Lukas er vervolgens toe hebben geleid de
inlichtingen nauwkeurig op te tekenen. (Lukas 1:1-4) [4].
De Schepper zal jongeren of
anderen niet dwingen zijn leiding te volgen. Zij kunnen helemaal opgaan in
onderwijs, misschien zelfs eeuwige studenten worden van talloze boeken vol
menselijke wijsheid. Dat zal uiteindelijk afmattend voor het vlees blijken te
zijn. Of zij kunnen wandelen in de wegen van hun onvolmaakte menselijke hart of
datgene volgen wat de ogen streelt. Dat zal beslist tot kommer leiden, en een
leven dat zo wordt besteed zal mettertijd louter ijdelheid blijken te zijn (Prediker
11:9–12:12; 1 Johannes 2:15-17) [5]. Salomo doet dus een beroep op jongeren — een
beroep dat wij ongeacht onze leeftijd ernstig dienen te overwegen: „Gedenk nu
uw Grootse Schepper in uw jongelingsdagen, voordat de rampspoedige dagen gaan
komen, of de jaren zijn aangebroken waarin gij zult zeggen: ’Ik heb er geen
behagen in.’” (Prediker 12:1) [6].
Salomo zag, of onderzocht,
„alle werken die onder de zon werden gedaan, en zie! alles was ijdelheid en een
najagen van wind” (Prediker 1:14) [7]. In het boek Prediker staan niet de woorden van
een cynicus of een misnoegd man opgetekend. Ze maken deel uit van Gods
geïnspireerde Woord en zijn een beschouwing onzerzijds waard.
Salomo gaf een overzicht van
het zwoegen, de moeilijkheden en de aspiraties van de mens. Hij dacht na over
de manier waarop de dingen hun normale verloop hebben, het frustrerende en
nietszeggende resultaat dat zoveel mensen ervaren. Hij beschouwde de realiteit
van menselijke onvolmaaktheid en de daaruit voortvloeiende dood. En hij nam de
door God geschonken kennis over de toestand van de doden en de vooruitzichten
op een eventueel toekomstig leven in aanmerking. Dit alles werd beoordeeld door
een man aan wie God uitzonderlijk grote wijsheid had gegeven, ja, een van de
wijste mensen die ooit hebben geleefd. Vervolgens werd de conclusie waartoe hij
kwam, ten behoeve van allen die een werkelijk zinvol leven willen hebben, in de
Heilige Schrift opgenomen. Dienen wij niet met die conclusie in te stemmen?
„Het slot van de zaak, nu
alles is gehoord, is: Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden. Want dit is
de gehele verplichting van de mens. Want de ware God zelf zal elk soort van
werk in het gericht brengen met betrekking tot alles wat verborgen is, om te
zien of het goed is of slecht.” (Prediker 12:13, 14) [8].
Toen Adam en Eva werden
geschapen, verheugden zij zich in een intieme verhouding met hun hemelse Vader.
Jehovah God communiceerde met hen en zette zijn prachtige voornemen met het
mensdom uiteen. Als Adam en Eva leiding nodig hadden bij het overwegen van hun
rol als toekomstige vader en moeder van de menselijke familie, konden zij op
elke plaats in hun paradijstehuis contact met God zoeken. Zij hadden de
diensten van een mens of priester in een tempel niet nodig. (Genesis 1:28) [9].
Ook
vandaag hebben wij eigenlijk geen andere mensen nodig want God heeft alle
voorzieningen reeds getroffen. Jezus heeft de wereld van de zware ketens
bevrijdt door Zijn Zoenoffer. Als wij die daad en die persoon Jezus aanvaarden
als onze Messias hoeft dat nog niet in te houden dat wij wereldvreemd zouden
moeten zijn of cultuurvijandig. Ook al houden Christadelphians
niet van heel wat praktijken die tegenwoordig wijd en zijd aanvaard worden,
kunnen zij ernstig over deze zaken nadenken en zich hierover uiten. Sommige
gemeenschappen vergoelijken abortus, bloedtransfusies, homoseksualiteit of
polygamie. Maar christenen handelen in overeenstemming met Gods zienswijze ten
aanzien van deze dingen.
Nooit mag onze aandacht voor het lezen en onderzoeken van de bijbel verflauwen.
Constant moeten wij blijven overwegen wat wij wel kunnen doen en wat niet
hoort. Veelvuldig moeten wij mediteren over de geestelijke zegeningen die alle
gelovige kinderen van Jehovah genieten. Overweeg daarom hoe dicht u bij Jehovah
wil zijn. Overdenk in gebed en gebruik elke gelegenheid om tot God te praten
maar ook om tot anderen te prediken en Gods Naam en werken kenbaar te maken.
Een Bijbelspreuk luidt: „Het
hart van de wijze maakt dat zijn mond blijk geeft van inzicht, en aan zijn
lippen voegt het overredingskracht toe” (Spreuken 16:23) [10]. De grondbetekenis van het Hebreeuwse woord dat
hier is vertaald met „maakt dat. . . blijk geeft van inzicht”, is behoedzaam
zijn, dingen zorgvuldig in de geest overwegen. Het middelpunt van doeltreffende
communicatie is dus het hart, niet de mond. Iemand die goed communiceert, moet
meer doen dan praten; hij moet met empathie luisteren (Jakobus 1:19) [11]. Laat ons daarom overwegen hoe wij onze gedachten
willen ordenen, vorm geven en naar buiten laten komen. En dat wij er aan werken
om geen overhaaste conclusies te nemen of te snel ons uit te spreken. Al het
materiaal dat ons onder ogen komt of dat wij moeten aanhoren kunnen wij best
laten doordringen om er diep binnen in ons naar te luisteren en te laten
verwerken door de vorming die wij van God kunnen ontvangen. Ons geloof zal ons
met de jaren vormen, richten en ons zodanig bekwaam maken dat wij het ons ook
eigen zullen kunnen maken om traag te zijn om oordelen te vellen, te spreken,
en traag ook in het kwaad worden. Het komt er op aan de gevoelens en problemen te onderscheiden die verborgen liggen achter het
uiterlijke gedrag van een ander (Spreuken 20:5) [12].
Door de gedachtegang van een ander voor het voetlicht te brengen kunnen wij dit
verder onderzoeken maar kunnen wij anderen ook hierover inzicht laten krijgen.
De meeste mensen hebben op
z’n minst de een of andere vorm van religie; ook al was het de volhouding van
een niet existentieel zijn. Het is duidelijk dat religie in het algemeen de
geestelijke behoeften van de mensheid niet heeft kunnen bevredigen. Zouden
problemen zoals oorlog, racisme, honger en aanhoudende armoede in deze tijd
bestaan als mensen werkelijk „van elke uiting uit Jehovah’s mond” zouden leven?
Natuurlijk niet! Desondanks zullen maar weinig mensen overwegen om van religie
te veranderen. Ja, sommigen zijn niet eens bereid om over religie te spreken
of aandacht te schenken aan religieuze denkbeelden die geheel nieuw voor hen
zijn!
Een godvruchtige kijk zal een christen ertoe motiveren voor God ongewenste
praktijken te haten, ongeacht of ze al dan niet voor zijn cultuur aanvaardbaar
zijn. (Psalm 97:10) [13]. Door de juiste houding, steeds in eendracht met
de Heer, zullen christenen anderen er van moeten overtuigen dat hun gedachten
van het hoopgevende Goede Nieuws weldegelijk te overwegen zou kunnen zijn voor
de Redding te brengen aan de gehele maatschappij.
De mens werd geschapen om
anders te zijn dan de dieren, die instinctmatig handelen. Hij ontving de gave
van de vrije wil — het vermogen een vrije keuze te doen. God schonk hem ook het
vermogen om na te denken, kwesties te overwegen, beslissingen te nemen en goed
en kwaad van elkaar te onderscheiden. [14]
Daardoor maakte God de mens superieur aan alle andere schepselen op aarde. De vrije wil zou dus gebaseerd zijn op de mogelijkheid om te kiezen op
grond van verstandelijke overwegingen. Ons schitterende brein is dusdanig
ontworpen dat het in harmonie met onze vrijheid van keus zou functioneren. Het
was echter niet Gods bedoeling dat er voor de vrije wil geen beperkingen zouden
gelden. Stelt u zich eens een drukke stad voor zonder enige verkeersregels,
waar iedereen met elke gewenste snelheid in elke richting zou kunnen rijden.
Zou u graag onder die omstandigheden rijden? Nee, dat zou verkeersanarchie zijn
en zou beslist veel ongelukken tot gevolg hebben. Zo is het ook met Gods gave
van de vrije wil. Onbeperkte vrijheid zou anarchie betekenen in de samenleving.
Er moeten wetten zijn waardoor menselijke activiteiten worden geleid. Gods
Woord zegt: „Jullie zijn vrije mensen, maar die vrijheid geeft je niet het
recht kwaad te doen” (1 Petrus 2:16, Het Levende Woord) [15].
God wil dat de vrije wil wordt gereguleerd ten behoeve van het
gemeenschappelijke welzijn. Het is nooit zijn bedoeling geweest dat wij absolute
vrijheid zouden bezitten; onze vrijheid zou daarentegen relatief zijn,
onderworpen aan regels, aan wetsvoorschriften.
De mens werd geschapen met de
eigenschappen liefde, wijsheid, gerechtigheid en macht. Hij kon mediteren over
datgene wat God tot bestaan had gebracht en kon de betekenis ervan begrijpen.
Hoeveel verstandiger zouden wij er elk aan doen om serieus te overwegen hoe wij
ons hart en onze diepste gedachten en verlangens verder kunnen reinigen en
kunnen „[streven] naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, samen met hen
die de Heer aanroepen uit een rein hart” (2 Timótheüs 2:22) [16].
Wij zijn zo geschapen dat wij
het gelukkigst zijn wanneer wij ons onderwerpen aan Gods wetten voor menselijk
gedrag. Het is net als in het geval van onderworpenheid aan Gods natuurwetten.
Indien wij bijvoorbeeld de wet van de zwaartekracht negeren en van een hoge
plaats afspringen, zullen wij gewond raken of de dood vinden. Indien wij de
interne wetten van ons lichaam negeren en ermee ophouden voedsel te eten, water
te drinken of lucht in te ademen, zullen wij sterven. Even zeker als wij werden
geschapen met de noodzaak ons te onderwerpen aan Gods natuurwetten, werden wij
geschapen met de noodzaak ons te onderwerpen aan Gods morele en sociale wetten
(Mattheüs 4:4) [17]. Mensen werden niet geschapen om onafhankelijk van
hun Maker succesvol te zijn. De profeet Jeremia zegt: „Het staat niet aan een
man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten. Corrigeer mij, o Jehovah”
(Jeremia 10:23, 24) [18]. Dus in alle opzichten werden mensen geschapen om
onder Gods heerschappij te leven, niet die van henzelf.
Gehoorzaamheid aan Gods
wetten zou voor onze eerste ouders geen last zijn geweest. In plaats daarvan
zou dit bevorderlijk zijn geweest voor hun welzijn en dat van de hele
menselijke familie. Indien het eerste paar binnen de grenzen van Gods wetten
was gebleven, zou iedereen het goed gehad hebben. Wij zouden nu zelfs als een
liefdevolle, verenigde menselijke familie in een schitterend paradijs van
vreugde leven! Er zou geen slechtheid, lijden en dood zijn.
Gods leiding is het beste dat
wij in overweging kunnen nemen. Laten wij de juistheid en wijsheid van onze
doeleinden zorgvuldig te overwegen en laten wij ons betrouwbare morele
levensmaatstaven eigen maken. Bovenal dienen wij hierom God te vragen om
leiding en de versterkende hulp van zijn geest.
[1] Prediker 9:11: 11 Ik wendde mij om te zien onder de
zon dat niet de snellen de wedloop hebben, noch de sterken de strijd, noch ook
de wijzen het voedsel hebben, noch ook de verstandigen de rijkdom hebben, noch
zelfs zij die kennis bezitten de gunst hebben; want tijd en onvoorziene
gebeurtenissen treffen hen allen.
[2] Mattheüs 28:19-20: 19 Gaat daarom en maakt
discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de heilige geest, 20 en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van
dingen.”
[3] Prediker
12:9, 10: “Prediker was een wijs man en heeft het volk veel kennis bijgebracht.
Hij heeft gewikt en gewogen en veel spreuken opgesteld. In treffende spreuken
probeerde Prediker de waarheid getrouw onder woorden te brengen.” (NBV)
[4] Lukas 1:1-4:
“Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven
over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons
zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en
dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de
aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor
u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de
betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.” (NBV)
[5] Prediker
11:9-10: 9 Verheug u, jonge man, in uw jeugd, en laat uw hart u goed doen in uw
jongelingsdagen, en wandel in de wegen van uw hart en naar de dingen die uw
ogen zien. Maar weet dat de [ware] God u wegens dit alles in het gericht zal
brengen. 10 Verwijder daarom kommer uit uw hart, en weer rampspoed van uw
vlees; want jeugd en de bloei des levens zijn ijdelheid.
Prediker 12:1-4: 12 Gedenk nu uw Grootse Schepper in uw jongelingsdagen,
voordat de rampspoedige dagen gaan komen, of de jaren zijn aangebroken waarin
gij zult zeggen: „Ik heb er geen behagen in”; 2 voordat de zon en het licht en
de maan en de sterren duister worden, en de wolken zijn teruggekeerd, daarna de
stortregen; 3 op de dag dat de bewakers van het huis beven, en de mannen van
vitale kracht zich hebben gekromd, en de maalsters zijn opgehouden met werken
omdat zij weinige zijn geworden, en de vrouwen die door de vensters zien het
duister hebben gevonden; 4 en de deuren naar de straat zijn gesloten, wanneer
het geluid van de molen zwak wordt, en men opstaat op het geluid van een vogel,
en alle dochters van het lied gedempt klinken.
1 Johannes 2:15-17: 15 Hebt
de wereld niet lief noch de dingen in de wereld. Indien iemand de wereld
liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem; 16 want alles wat in de
wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige
geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — spruit niet voort
uit de Vader, maar uit de wereld. 17 De wereld gaat bovendien voorbij en ook
haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.
[6] Prediker
12:1: “Houd je schepper in ere zolang je nog jong bent, eer de kwade dagen
komen en de jaren dat je zegt: het bevalt me niet meer.” (WV78)
[7] Prediker
1:14: “Ik heb alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het
niet meer is dan lucht en najagen van wind.” (NBV)
[8] “Om te
besluiten, nu je alles hebt gehoord: vrees God en onderhoud zijn geboden; daar
komt voor een mens alles op aan. Want van alles wat je doet, zelfs in het
verborgene, zal Gods oordeel uitwijzen of het goed is of kwaad.” (WV78)
:
[10] Spreuken
16:23: “Wie een wijs hart heeft, spreekt verstandige woorden, en geeft kracht
aan het betoog van zijn lippen.” (NBV)
[11] Jakobus
1:19-21: 19 Weet dit, mijn geliefde broeders. Ieder mens moet vlug zijn om te
horen, langzaam om te spreken, langzaam met betrekking tot gramschap; 20 want
de gramschap van een man bewerkt niet Gods rechtvaardigheid. 21 Doet daarom
alle vuilheid weg en ook dat overbodige, [de] slechtheid, en aanvaardt met
zachtaardigheid de inplanting van het woord, dat UW ziel kan
redden.
[12] Spreuken
20:5: “Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met
inzicht brengt het naar boven.” (NBV)
[13] Psalm 97:10:
10 O GIJ die Jehovah liefhebt, haat het kwade. Hij behoedt
de ziel van zijn loyalen; Uit de hand van de goddelozen bevrijdt hij hen.
Psalm 34:14: 14 Keer u af van wat slecht is en doe wat goed is; Zoek vrede
en streef die na.
Psalm 101:2-3: 3 Ik zal mij
niets voor ogen stellen wat niet deugt. Het doen der afvalligen heb ik gehaat; Het
kleeft mij niet aan.
[14] Hebreeën 5:13-14: 14 Vast voedsel behoort echter
bij rijpe mensen, bij hen die door gebruik hun waarnemingsvermogen hebben
geoefend om zowel goed als kwaad te onderscheiden.
[15] 1 Petrus 2:16: “Leeft als vrije mensen, maar maakt
als dienstknechten van God van de vrijheid geen voorwendsel voor de ondeugd.”
(1Pe 2:16 WV78)
[16] 2 Timotheüs 2:21-22: 22 Ontvlied dus de begeerten
die aan de jeugd eigen zijn, maar streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde,
vrede, samen met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart.
[17] Mattheüs 4:3-4: 4 Maar hij gaf ten antwoord: „Er
staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke
uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.’”
[18] Jeremia 10:23, 24: “Jahweh, ik weet, dat de mens
zijn eigen weg niet bepaalt, Geen wandelaar zijn eigen schreden kan richten.
Tuchtig mij, Jahweh, maar niet ongenadig, Niet naar uw gramschap, om mij te
vernielen.” (CANIS)


