(Johannes 1:29-30): „Zie, het Lam
Gods dat de zonde der wereld wegneemt! 30 Deze is het van wie ik zei: Na mij
komt een man die mij voorafgegaan is, want hij bestond vóór mij.
(Johannes 1:36-37): „Ziet, het Lam
Gods!” 37 En de twee discipelen hoorden hem spreken, en zij volgden Jezus.
(Handelingen 8:26-33) :* 26 Maar
Jehovah’s engel sprak tot Filippus en zei: „Sta op en ga naar het zuiden, naar
de weg die van Jeruzalem naar Gaza afdaalt.” (Dit is een woestijnweg.) 27 Toen
stond hij op en ging, en zie! een Ethiopische eunuch, een machthebber onder
Candáce, de koningin van de Ethiopiërs, en die over al haar schatten [gesteld]
was. Hij was naar Jeruzalem gegaan om te aanbidden, 28 maar keerde nu terug en
zat in zijn wagen, terwijl hij hardop de profeet Jesaja las. 29 Toen zei de
geest tot Filippus: „Ga erheen en voeg u bij deze wagen.” 30 Filippus liep hard
naast [de wagen] en hoorde hem hardop de profeet Jesaja lezen, en hij zei: „Weet
gij eigenlijk wel wat gij leest?” 31 Hij zei: „Hoe zou ik dat toch ooit kunnen,
tenzij iemand mij leidt?” En hij verzocht Filippus dringend in te stappen en bij
hem te komen zitten. 32 Het gedeelte van de Schrift nu dat hij hardop las, was
het volgende: „Als een schaap werd hij ter slachting geleid, en als een lam dat
stom is voor zijn scheerder, zo doet hij zijn mond niet open. 33 Gedurende zijn
vernedering werd het oordeel van hem weggenomen. Wie zal de bijzonderheden van
zijn geslacht vertellen? Want zijn leven wordt van de aarde
weggenomen.”
(1 Petrus 1:17-21) : 17 Indien
GIJ voorts de Vader aanroept, die
onpartijdig oordeelt naar een ieders werk, gedraagt U dan met vrees gedurende de tijd van
UW inwonende vreemdelingschap. 18 Want
GIJ weet dat GIJ niet met vergankelijke dingen, met
zilver of goud, werdt bevrijd van UW vruchteloze vorm van gedrag, die
GIJ door overlevering van UW voorvaders hebt ontvangen. 19 Maar
het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja,
van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der
wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van
U, 21 die door bemiddeling van hem
gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid
heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht]
zouden zijn.
Lam van God.
Zonde, dood, lam, dierenoffer, mensoffer en zoenoffer zijn aan elkaar verbonden door het Oude en het Nieuwe Testament, van het Oude naar het Nieuwe Verbond.
Christus als de
losprijs
De Wet die God aan Mozes gaf, maakte
duidelijk dat alle mensen, met inbegrip van de joden, zondaars waren. Zij
verdienden de dood omdat „het loon dat de zonde betaalt, . . . de dood [is]”
(Romeinen 6:23). Bijgevolg hebben de zonen van Israël eeuwenlang slachtoffers
gebracht om verzoening te doen voor hun zonden. Dit doordrong hen van het feit
dat zonde bestaat en dat er, „indien er geen bloed wordt vergoten, . . . geen
vergeving [geschiedt]”. (Hebreeën 9:22).
Toch zijn de miljoenen slachtoffers die zijn gebracht er niet in geslaagd zonde te verwijderen of de dood uit te bannen, „want het is niet mogelijk dat het bloed van stieren en van bokken zonden wegneemt” (Hebreeën 10:4) / Waarom niet? Omdat dieren lager zijn dan mensen. God beschouwt het leven van een dier niet als gelijkwaardig aan dat van een mens. Wat zou er daarom geofferd kunnen worden om volledige verzoening te verschaffen?
Volledige verzoening en vergeving was
alleen mogelijk door middel van een losprijs die in waarde gelijk was aan het
volmaakte leven dat verloren is gegaan door Adam, door bemiddeling van wie de
zonde de wereld is binnengekomen. Goddelijke gerechtigheid eiste „ziel voor
ziel” (Deuteronomium 19:21)/
÷ In het paradijs
werden geen zoenoffers aan God gebracht, want de volmaakte Adam was zonder
zonde./ Bijgevolg zou de loskoper een volmaakt mens, zonder zonde, moeten
zijn.
Maar geen enkele menselijke nakomeling
van Adam zou die loskoper kunnen zijn. Heel Adams nageslacht had zonde en
onvolmaaktheid van hem geërfd. Wij allemaal zijn sterfelijke mensen, „want er is
geen mens die niet zondigt” (1 Koningen 8:46) /÷ Abel was de eerste die een dierlijk
slachtoffer aan God bracht. Hij deed dit in een poging Gods gunst te verwerven.
(Genesis 4:4) / De Heilige Geschriften verklaren duidelijk: „Niet één van hen
kan zelfs ook maar een broeder op enigerlei wijze loskopen, noch God een
losprijs voor hem geven (en de loskoopprijs voor hun ziel is zo kostbaar dat die
tot onbepaalde tijd heeft opgehouden), zodat hij nog voor eeuwig zou leven en de
kuil niet zou zien” (Psalm 49:7-9) /÷ Na de Vloed offerde Noach reine
dieren als dankoffer aan God. Bijgevolg werden hij en zijn kinderen gezegend.
(Genesis 8:20, 21; 9:1).
÷ Om Abrahams gehoorzaamheid en
geloof op de proef te stellen, verlangde God een menselijk slachtoffer. Abraham
toonde zich bereid zijn zoon te offeren en verwierf Gods goedkeuring. Naderhand
aanvaardde God echter een ram als brandoffer in plaats van Abrahams zoon. Het
brengen van slachtoffers bleek dus meer te betekenen dan louter een middel om
Gods goedkeuring te zoeken. (Genesis 22:13).
÷ Job bracht slachtoffers aan God
overeenkomstig het getal van zijn kinderen, „want, zei Job, ’misschien hebben
mijn zonen gezondigd en God in hun hart vervloekt’” (Job 1:5; zie ook Job 42:7,
8). Hieruit blijkt dat slachtoffers met menselijke zonde in verband werden
gebracht.
÷ God zei uitdrukkelijk in het
Wetsverbond dat de zonen van Israël slachtoffers moesten brengen, en het bloed
daarvan zou verzoening doen voor hun zonden. (Leviticus
17:11).
Al deze slachtoffers waren een
afschaduwing van Christus’ loskoopoffer. Dat verklaart waarom Johannes de Doper
over Jezus zei: „Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt!” (Johannes
1:29) Nadat Jezus zichzelf als een slachtoffer had aangeboden, waren er geen
slachtoffers meer nodig. — Daniël 9:27; Hebreeën 10:1.
Wie kon dan die loskoper zijn? Wie zou het beloofde „zaad” zijn?


