(Leviticus 4:32): Maar indien hij een lam als zijn offergave voor een zondeoffer brengt, dient hij een gaaf ooilam te brengen.

(Johannes 1:29-30): „Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt! 30 Deze is het van wie ik zei: Na mij komt een man die mij voorafgegaan is, want hij bestond vóór mij.

(Johannes 1:36-37): „Ziet, het Lam Gods!” 37 En de twee discipelen hoorden hem spreken, en zij volgden Jezus.

(Handelingen 8:26-33) :* 26 Maar Jehovah’s engel sprak tot Filippus en zei: „Sta op en ga naar het zuiden, naar de weg die van Jeruzalem naar Gaza afdaalt.” (Dit is een woestijnweg.) 27 Toen stond hij op en ging, en zie! een Ethiopische eunuch, een machthebber onder Candáce, de koningin van de Ethiopiërs, en die over al haar schatten [gesteld] was. Hij was naar Jeruzalem gegaan om te aanbidden, 28 maar keerde nu terug en zat in zijn wagen, terwijl hij hardop de profeet Jesaja las. 29 Toen zei de geest tot Filippus: „Ga erheen en voeg u bij deze wagen.” 30 Filippus liep hard naast [de wagen] en hoorde hem hardop de profeet Jesaja lezen, en hij zei: „Weet gij eigenlijk wel wat gij leest?” 31 Hij zei: „Hoe zou ik dat toch ooit kunnen, tenzij iemand mij leidt?” En hij verzocht Filippus dringend in te stappen en bij hem te komen zitten. 32 Het gedeelte van de Schrift nu dat hij hardop las, was het volgende: „Als een schaap werd hij ter slachting geleid, en als een lam dat stom is voor zijn scheerder, zo doet hij zijn mond niet open. 33 Gedurende zijn vernedering werd het oordeel van hem weggenomen. Wie zal de bijzonderheden van zijn geslacht vertellen? Want zijn leven wordt van de aarde weggenomen.”

(1 Petrus 1:17-21) : 17 Indien GIJ voorts de Vader aanroept, die onpartijdig oordeelt naar een ieders werk, gedraagt U dan met vrees gedurende de tijd van UW inwonende vreemdelingschap. 18 Want GIJ weet dat GIJ niet met vergankelijke dingen, met zilver of goud, werdt bevrijd van UW vruchteloze vorm van gedrag, die GIJ door overlevering van UW voorvaders hebt ontvangen. 19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.

Lam van God.

Zonde, dood, lam, dierenoffer, mensoffer en zoenoffer zijn aan elkaar verbonden door het Oude en het Nieuwe Testament, van het Oude naar het Nieuwe Verbond.

Christus als de losprijs

 De Wet die God aan Mozes gaf, maakte duidelijk dat alle mensen, met inbegrip van de joden, zondaars waren. Zij verdienden de dood omdat „het loon dat de zonde betaalt, . . . de dood [is]” (Romeinen 6:23). Bijgevolg hebben de zonen van Israël eeuwenlang slachtoffers gebracht om verzoening te doen voor hun zonden. Dit doordrong hen van het feit dat zonde bestaat en dat er, „indien er geen bloed wordt vergoten, . . . geen vergeving [geschiedt]”. (Hebreeën 9:22).

 Toch zijn de miljoenen slachtoffers die zijn gebracht er niet in geslaagd zonde te verwijderen of de dood uit te bannen, „want het is niet mogelijk dat het bloed van stieren en van bokken zonden wegneemt” (Hebreeën 10:4) / Waarom niet? Omdat dieren lager zijn dan mensen. God beschouwt het leven van een dier niet als gelijkwaardig aan dat van een mens. Wat zou er daarom geofferd kunnen worden om volledige verzoening te verschaffen?

 Volledige verzoening en vergeving was alleen mogelijk door middel van een losprijs die in waarde gelijk was aan het volmaakte leven dat verloren is gegaan door Adam, door bemiddeling van wie de zonde de wereld is binnengekomen. Goddelijke gerechtigheid eiste „ziel voor ziel” (Deuteronomium 19:21)/ ÷ In het paradijs werden geen zoenoffers aan God gebracht, want de volmaakte Adam was zonder zonde./ Bijgevolg zou de loskoper een volmaakt mens, zonder zonde, moeten zijn.

 Maar geen enkele menselijke nakomeling van Adam zou die loskoper kunnen zijn. Heel Adams nageslacht had zonde en onvolmaaktheid van hem geërfd. Wij allemaal zijn sterfelijke mensen, „want er is geen mens die niet zondigt” (1 Koningen 8:46) /÷ Abel was de eerste die een dierlijk slachtoffer aan God bracht. Hij deed dit in een poging Gods gunst te verwerven. (Genesis 4:4) / De Heilige Geschriften verklaren duidelijk: „Niet één van hen kan zelfs ook maar een broeder op enigerlei wijze loskopen, noch God een losprijs voor hem geven (en de loskoopprijs voor hun ziel is zo kostbaar dat die tot onbepaalde tijd heeft opgehouden), zodat hij nog voor eeuwig zou leven en de kuil niet zou zien” (Psalm 49:7-9) /÷ Na de Vloed offerde Noach reine dieren als dankoffer aan God. Bijgevolg werden hij en zijn kinderen gezegend. (Genesis 8:20, 21; 9:1).

÷ Om Abrahams gehoorzaamheid en geloof op de proef te stellen, verlangde God een menselijk slachtoffer. Abraham toonde zich bereid zijn zoon te offeren en verwierf Gods goedkeuring. Naderhand aanvaardde God echter een ram als brandoffer in plaats van Abrahams zoon. Het brengen van slachtoffers bleek dus meer te betekenen dan louter een middel om Gods goedkeuring te zoeken. (Genesis 22:13).

÷ Job bracht slachtoffers aan God overeenkomstig het getal van zijn kinderen, „want, zei Job, ’misschien hebben mijn zonen gezondigd en God in hun hart vervloekt’” (Job 1:5; zie ook Job 42:7, 8). Hieruit blijkt dat slachtoffers met menselijke zonde in verband werden gebracht.

÷ God zei uitdrukkelijk in het Wetsverbond dat de zonen van Israël slachtoffers moesten brengen, en het bloed daarvan zou verzoening doen voor hun zonden. (Leviticus 17:11).

  Al deze slachtoffers waren een afschaduwing van Christus’ loskoopoffer. Dat verklaart waarom Johannes de Doper over Jezus zei: „Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt!” (Johannes 1:29) Nadat Jezus zichzelf als een slachtoffer had aangeboden, waren er geen slachtoffers meer nodig. — Daniël 9:27; Hebreeën 10:1.

 Wie kon dan die loskoper zijn? Wie zou het beloofde „zaad” zijn?