“Zeg dan tot hem: Zo
spreekt Jahwe van de machten: Daar is de man die de telg heet; hij schiet omhoog
waar hij is en hij bouwt de tempel van Jahwe. Hij bouwt niet alleen de tempel
van Jahwe, maar hij zal ook met luister bekleed worden en als heerser zetelen op
zijn troon. Ook een priester zal zetelen op zijn troon en er zal vrede zijn
tussen die twee. Wat de kroon betreft, hij zal ter ere van Cheldai, Tobia,
Jedaja en de welwillende zoon van Sefanja als aandenken in de tempel van Jahwe
blijven. Mensen uit verre landen zullen komen en meebouwen aan de tempel van
Jahwe. En gij zult weten, dat Jahwe van de machten mij tot u gezonden heeft. Dit
zal geschieden, wanneer gij nauwlettend luistert naar de stem van Jahwe, uw
God.” (Zac 6:12-15 WV78)
JHWH heeft het duidelijk over een man
die zal komen.
Die man zal naast het Koningschap
(#Jer 23:5-6) ook dienaar zijn (#Zec 3:8) die nog zal ontluiken
(#Isa 4:2), terwijl God er was van het begin in al Zijn volheid, zou Jezus
opgroeien als kind dat ook de dingen van de dag moest leren en zich houden aan
de regels van de mensen. Het is pas bij het doopsel dat Christus tot de volheid
van prediker in de Naam van Zijn Vader komt. dan openbaart God ook deze Zoon van
Hem als de uitverkorene.
“Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in
gebed was, geschiedde het dat de hemel openging en de heilige Geest, in
lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en een stem uit de
hemel sprak: ‘Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen
gesteld.’” (Lu 3:21-22 WV78)
Hier ook weer stelt JHWH de mens en neef van Johannes de Doper
voor als Zijn Zoon en niet als een verpersoonlijking van
Jehovah (Hemzelf).
De Mensenzoon wiens komst wij jaarlijks in de maand december herdenken is de
langverwachte redder voor ons allen.
Hij is niet op de aarde gekomen om zich uit te
geven als God, alsook kwam Hij niet ter aarde om zich te laten dienen als een
God. Zelfs gewone dienst aan Hem vroeg Hij niet. Hij zelf gaf al zijn krachten
om te dienen. Telkenmale verrichte Hij daden en handelingen om anderen te
helpen.
Zijn hoofdbekommernis was om God en de mens te
dienen.
Hij was zich bewust van Zijn taak en gaf toe dat
Hij de mensen veel kon leren. Maar dat aanleren kwam Hij doen om ons tot
voorbeeld te zijn, zodat wij Hem zouden kunnen navolgen.
“Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat
doet gij terecht, want dat ben Ik.” (Joh 13:13 WV78)
“Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij
zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.” (Joh 13:15 WV78)
Lees Isaïas 42 en zie welk een beeld van Christus
als Dienaar wordt voorgesteld.
“want ook de Mensenzoon is niet gekomen om
gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor
velen.’” (Mr 10:45 WV78)