“Hij gaf ons de opdracht aan het volk te
prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de
levenden en de doden.” (Hnd 10:42 WV78)
“Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn
leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle
dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mt 28:19-20 WV78)
“Daarop sprak Hij tot hen: ‘Gaat uit over de hele
wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.” (Mr 16:15
WV78)
Mt 24:14 De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de
wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde
komen.
Mt 28:19 Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en
doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en
Mr 13:10 Eerst moet onder alle volkeren de Blijde Boodschap
verkondigd worden.
Mr 16:15 Daarop sprak Hij tot hen: ‘Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
Lu 24:47 en dat in zijn naam bekering tot vergiffenis van de
zonden gepredikt moet worden onder alle volken, te beginnen met
Jeruzalem.
Hnd 1:8 Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die
over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria
en tot het uiteinde der aarde.’
Col 1:23 Maar dan moet gij ook vast en onwrikbaar blijven in het
geloof en u niet laten afbrengen van de hoop die u in het evangelie is
aangezegd. Dit is de boodschap die aan alle schepselen onder de hemel verkondigd
is en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.
Opb 14:6 Toen zag ik een engel die in het zenit vloog. Hij
had een eeuwig evangelie, te verkondigen aan de bewoners der aarde, aan alle
volken en stammen en talen en rassen.
Op verscheidene plaatsen in de Bijbel vinden wij
ogenblikken waar mensen zich richten tot Jehovah.
Van individu's tot groepen werd er melding
gemaakt dat zij riepen tot God.
er wordt zelfs gewag gemaakt dat er personen
waren die meer dan eens per dag baden (David tot drie maal per dag)
Als kinderen van God dienen wij ook niet bevreesd
te zijn Hem aan te spreken.
wij moeten geloven dat Onze Vader werkelijk
diegene is tot wie wij spreken en dat Hij ons zal ontvangen als zijn kinderen.
In Hem moeten wij dan ons vertrouwen leggen.
Wij moeten als Christenen ook vertrouwen hebben
in wat Jezus de Nazarener ons kwam vertellen.
“Daarop riep Hij de mensen bij zich en sprak tot
hen: ‘Luistert en wilt verstaan:” (Mt 15:10 WV78)
“Waarop Jezus antwoordde: ‘Begrijpt zelfs
gij nu nog niets?” (Mt 15:16 WV78)
“Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog
staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan u,
kleingelovigen?” (Mt 6:30 WV78)
“Hij sprak tot hen: ‘Waarom zijt gij bang,
kleingelovigen?’ Dan stond Hij op, richtte zich met een dwingend woord tot de
winden en de zee, en het water werd volmaakt stil.” (Mt 8:26 WV78)
“Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep
hem vast, terwijl hij tot hem zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’”
(Mt 14:31 WV78)
“Jezus zei hun: ‘Voorwaar, Ik zeg u:
wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan
kunt ge tot deze berg zeggen: verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich
verplaatsen. Niets zal u onmogelijk zijn.’” (Mt 17:20 WV78)
Wij moeten er niet aan twijfelen. Jehovah is als
Schepper van hemel en aarde Onze Vader die ook bereid is naar ons te luisteren
en onze gebeden te verhoren.
Jehovah is het die ons ten allen tijde zal willen
leiden.
“Dan zal Jahwe u steeds blijven leiden, in
verschroeide oorden uw honger stillen. Hij zal uw krachten sterken en gij zult
zijn als een rijkbesproeide tuin, als een bron die nooit teleurstelt als men om
water komt.” (Jes 58:11 WV78)
Christus had de apostelen geleerd niet op te
geven om te bidden. Alsook verzekerden Jezus discipelen dat hun volgelingen
moesten door gaan om God aan te spreken. zij mochten niet opgeven om Hem te
aanroepen.
“Hij leerde hun in een gelijkenis dat zij
steeds moesten bidden en daarin niet versagen.” (Lu 18:1 WV78)
Er staat πρὸς τὸ δεῖν wat betekent dat men werkelijk de noodzaak heeft om te
bidden. Wij hebben alle reden om tot God te naderen, Hem te danken en Hem te
bevragen.
Dankzij Christus kan eenieder van ons rechtstreeks tot God de vader
gaan.
“Hij is het, die ons door het geloof de toegang
heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons
beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. Meer nog, wij zijn zelfs trots op
onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,” (Ro 5:2-3
WV78)
Misschien weten wij niet duidelijk hoe, war en wanneer wij moeten bidden.
God heeft echter begrip voor onze onkunde. Hij heeft oog voor onze gebreken en
is bereid enige toenadering die recht uit het hart komt ook als integer te
aanvaarden.
“Ik ben er zelfs van overtuigd, dat het
lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de
openbaring te wachten staat. Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring
van Gods kinderen. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat
zij het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft.
Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de
slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de
kinderen Gods. Wij weten immers, dat de hele natuur kreunt en barensweeen lijdt,
altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen
van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij
nog wachten op de verlossing van ons lichaam. In deze hoop zijn wij gered. Maar
men spreekt niet van hopen, als men het voorwerp van zijn hoop reeds aanschouwt:
wie verwacht nog wat hij al ziet? Daar onze hoop gericht is op het onzichtbare,
moet onze verwachting gepaard gaan met standvastigheid. Evenzo komt de Geest
onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar
de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de
harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen
naar Gods bedoeling. Intussen weten wij, dat God in alles het heil bevordert van
die Hem liefhebben, van hen die volgens zijn raadsbesluit geroepen zijn.” (Ro
8:18-28 WV78)
Lukas en Paulus zijn er van overtuigd dat de mens hoort te bidden. Het
gebed is een privilege dat ons gegeven is (Eph 6:18) dat wij naar ons beste
vermogen zo goed mogelijk moeten vervullen. In de handelingen kunnen wij zien
dat de volgeling van Christus zich ook hielden aan het herhalen van
activiteiten, zoals samen komen en bidden.
“Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met
de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.” (Hnd 1:14
WV78)
“Zij legden zich ernstig toe op de leer der apostelen,
bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het
brood en in het gebed.” (Hnd 2:42 WV78)
“terwijl wij onszelf blijven wijden aan het gebed en de
bediening van het woord.’” (Hnd 6:4 WV78)
“Terwijl Petrus in de gevangenis zat, werd door de Kerk
vurig voor hem tot God gebeden.” (Hnd 12:5 WV78)
“Tot driemaal toe heb ik de Heer aangeroepen, dat hij van
mij zou weggaan.” (2Co 12:8 WV78)
“U groet Epafras, uw stadgenoot, een dienstknecht van
Christus Jezus, die steeds vurig voor u bidt, opdat gij moogt volharden in de
volmaakte vervulling van al wat God wil.” (Col 4:12 WV78)
“Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op
allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt
voor alle heiligen. Bidt ook voor mij, dat mij het woord gegeven mag worden als
ik mijn mond open om vrijmoedig het mysterie openbaar te maken,” (Efe 6:18-19
WV78)
“Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden
in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle
begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.”
(Flp 4:6-7 WV78)
Het gebeurde dat zij hun smekingen vervuld zagen en zij waren er
van overtuigd dat hun gebeden beantwoord werden.
“In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder
luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de
dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord:” (Heb 5:7 WV78)
Ja zij raadden elkaar aan om te bidden en gingen er van uit dat
Jehovah hen ook zou aanhoren.
“En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal
hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden.
Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt
vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel.” (Jak 5:15-16
WV78)
“Ons vertrouwen op God geeft ons de zekerheid dat Hij naar
ons luistert, als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil. En als wij
weten dat Hij naar al ons vragen luistert, mogen wij er ook zeker van zijn dat
onze gebeden al zijn verhoord.” (1Jo 5:14-15 WV78)
God is geen onrechtvaardige rechter of een hartstochtige vader.
Jehovah is een god van liefde. als vader zal Hij zeker naar zijn kinderen willen
luisteren. Ook zal Hij ze willen toetreden en waar Hij kan hen helpen. Mits Hij
onze harten kent zal Hij kunnen zien of het een gemeende toenadering is en of
onze wensen gegrond zijn. Wij moeten beseffen waar wij staan en doorzetten om
ons klaar te maken om het Koninkrijk van God binnen te treden. Nooit mogen wij
de moed op geven.
“Het einde van alle dingen is nabij. Weest dus bezonnen en
nuchter opdat gij kunt bidden.” (1Pe 4:7 WV78)
“Volhardt in het gebed en de dankzegging en blijft
waakzaam.” (Col 4:2 WV78)
“Bidt zonder ophouden.” (1Th 5:17
WV78)
“Laat de hoop u blij maken, houdt stand in
de verdrukking, volhardt in het gebed.” (Ro 12:12
WV78)
“Volhardt in het gebed en de dankzegging en
blijft waakzaam.” (Col 4:2 WV78)
“En de standvastigheid moet zich ten volle
verwerkelijken, zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt en in niets te kort
schiet.” (Jak 1:4 WV78)