“Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en
het evenbeeld van zijn wezen en Hij houdt alles in stand door zijn machtig
woord. En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich
neergezet ter rechterzijde van de majesteit in den hoge,” (Heb 1:3
WV78)
Wij kunnen opzien naar de Nazarener Jezus
(Jeshua), de zoon van Jozef en Maria, welke toen Hij tot volwassendom was
gekomen is gaan rondtrekken om te prediken en het geloof in Zijn Vader te gaan
verkondigen. Hij is zo ver gegaan in het dienen van Zijn Vader en van de
mensheid dat Hij zich zelf heeft opgedragen als een volwaardig Lam. Hij bezat de
meeste eigenschappen van zijn Vader op wie wij allemaal mogen gelijken, maar
nooit gelijk zullen zijn, zoals wij nooit gelijk Christus één en dezelfde zullen
zijn, maar wel één met Christus (in gedachte, doen en laten) moeten
worden.
Wij kunnen opzien naar Jezus, de aanvoerder en
voltooier van ons geloof. "In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij
een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de
rechterzijde van Gods troon." (Heb 12:2 WV78) Het is deze meest volmaakte mens
die altijd gezeten mag zijn aan de rechterhand van God, na een enkel offer
voor de zonden te hebben gebracht. (Heb 10:12)
“Het bloed van zijn offer is zijn eigen
bloed, niet dat van bokken en kalveren. Zo is Hij het heiligdom binnengegaan,
eens voor altijd, en Hij heeft een eeuwige verlossing verworven.” (Heb 9:12
WV78)
Het is Gods Zoon die de reflectie is van Gods
glorie (Wijsheid 7:25,26) en de eigenlijke ware afdruk van Zijn substantie of
volledige hoedanigheid (Wijsheid 7:26).
Reeds van de eerste zondeval heeft God een
oplossing voorzien om de gevolgen van die weerstandsdaad op te heffen en het
vertrouwen weer te herstellen. God heeft ons een mensenzoon gezonden die als
eniggeboren van God kan aanschouwt worden.
“Het woord is vlees geworden en heeft onder ons
gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de
Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol van genade en waarheid.” (Joh 1:14
WV78)
Het Griekse APAUGASMA slaat terug op de reflectie
en houdt niet in dat het ook het wezen is of hét zijn van. Het is dus ook niet
de bron. Men zou ook kunnen zeggen dat het een spiegelbeeld is van de
eigenschappen of innerlijkheden. zoals men in het Nederlands zegt van een baby
dat die helemaal zijn moeder, zijn vader of een of ander familielid is. Dan
beweert men niet dat dat één en dezelfde persoon is. Als ik van mijn peter (die
reeds dood is) zeg dat hij helemaal mijn vader is, beweer ik niet dat mijn vader
een reincarnatie zou zijn van zijn broer.
Substantie of Gr. MOF, BEC, carakthr of CHARACTER
& TES HYPOSTASEOS slaan terug op de afdruk van Zijn substantie. Het kind is
naar het imago of beeld van zijn vader.
"Then kharacter came to mean an embosser
and a stamp for making coins, and from this, looking to the result, the embossed
stamp made on the coin, character in writing, style. Finally, it came to mean
the basic bodily and psychological structure with which one is born (‘a chip off
the old block’; ‘the apple does not fall far from the tree’; ‘of the same coin’)
which is unique to the person and which cannot be changed by education or
development, though it may be hidden or effaced. Hence, it also means
individuality, personal characteristics. In Philo the human soul is called the
character of divine power and the Logos is entitled the character
of God." [Dictionary of New Testament Theology, Volume 2, pages
88-89]
God wordt wel eens voorgesteld als de zon en de
maan, maar hopelijk gaan wij niet denken dat de Zon en de maan god zijn. Ook
wordt Jezus als het licht voorgesteld en nog eerder als de stralen van dat
Licht. Het is te zeggen Hij zelf is niet de bron, maar een deel van die Kracht
van Licht.“(3:20) Maar voor u, die mijn naam vreest, gaat dan de zon van de
gerechtigheid op, die met haar vleugels genezing brengt. Dan zult gij dansend
naar buiten komen, als kalveren die op stal hebben gestaan,” (Mal 4:2
WV78)
Hij die God aankijkt zal sterven is ons verteld
in het Oude Testament. Ook in de nieuwere tijden heeft niemand God kunnen zien.
Maar een afbeelding van hou hij er uit zou kunnen zien, of wat God in houd
hebben sommigen wel mogen zien. Het is namelijk dankzij Christus aanwezigheid op
de aarde dat wij een beeld kunnen vormen van God.
“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren
Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.” (Joh 1:18
WV78)“Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de
schepping.” (Col 1:15 WV78)
“En Jezus weer: ‘Ik ben al zo lang bij u en gij
kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan
zeggen: Toon ons de Vader?” (Joh 14:9 WV78)
De Zoon heeft Zijn opdracht in velerlei vormen
vervuld en is daarna naar Zijn Vader (lees: niet naar zichzelf)
gaan.
“Vader, laat Mij nu bij U terugkomen om de eer en
de heerlijkheid te ontvangen die Ik voor het ontstaan van de wereld al
had.” (Joh 17:5 BOEK)
Doorheen Zijn leven heeft Jezus een opmerkelijk
voorbeeld gesteld hoe een goddelijk mens kan zijn en hoe een Christen hoort te
worden. De schrijvers van de evangeliën hebben duidelijk getracht die uniekheid
van die schrijnwerkerzoon in het daglicht te stellen. Met verwijzingen naar
Psalm 110:1 (Heb 1:13; 10:12,13; Mt 22:44) trachten zij ook duidelijk te maken
dat Jehovah en Jezus niet dezelfde personen zijn, maar naast elkaar zullen
zitten. de glorie van de zoon was reeds tijdens Zijn leven op aarde
gemanifesteerd. Christus kon doorgaan als een voorstelling van de eigenschappen
(goedheid, barmhartigheid, liefdevolheid, etc.) van de enige Unieke. Wat God
essentieel is, is in Christus duidelijk gemaakt of geopenbaard. door Jezus te
aanschouwen kunnen wij de vertoning van Gods eigenschappen zien en van de
mogelijkheden die God voor ons in petto heeft.


